|
Toestellen
Bij turnen
wordt naast het uitvoeren van diverse technieken ook gebruik gemaakt van turntoestellen.
Ieder turntoestel heeft natuurlijk zijn eigen eigenschappen. Daarom is de één
beter op bijvoorbeeld de brug, en de ander weer op de balk. Ook hebben de meeste
turners en turnsters wel een toestel waarop het liefts geturnd wordt.
Hieronder treffen jullie wat informatie aan betreffende de diverse toestellen.
Klik
op de "link"
om naar de oefening te gaan. Klik op "Naar boven"
om weer in de lijst terug te komen.
Veel plezier!!!

Balk
|
|
De
balk wordt gezien als moeilijkste toestel. Hij is dan ook wel erg smal,
maar 10 centimeter! De balk is vijf meter lang, wat voor kleine turnsters
heel erg lang is, maar voor langere turnsters vaak veel te kort. In Nederland
turnen de instap en de pupillen op een balk van 1 meter hoog en de jeugd,
junioren en senioren op 1,25 hoog.
De wedstrijdoefening moet over de hele lengte van de balk geturnd worden
(dus van punt tot punt).De oefening op de balk wordt vooral bepaald door
de sprongen en de acrobatische elementen (flikflak, arabier e.d.).
|
Deze onderdelen worden aan elkaar geturnd en afgewisseld door sierlijke
elementen, maar ook door evenwichtselementen (zweefstand).
Dat heet een choreografie. |
Er
wordt door de jury erg gelet op spanning en netheid, maar ook of alle
onderdelen wel in de oefening aanwezig zijn. De maximale tijd van een
oefening is 1 minuut en 30 sec. Bij NWS moet de balkoefening tussen de
1 minuut en 1 minuut en 30 sec. zijn. Ga je over deze tijd heen dan kost
je dat 1 tiende punt (en dat kan het verschil tussen eerste en tweede
plaats betekenen). Voor een val van de balk krijg je een aftrek van een
halve punt en een wiebel wordt bestraft met 0,1 tot 0,3 punt aftrek, net
als tenen niet strekken en kromme knieën! |
 |
| Naar
boven |
|

Brug dames
 |
De
damesbrug heeft twee, in hoogte verstelbare leggers. De lage legger is
160 cm. hoog en de hoge legger is 240 cm. hoog. De breedte kan ook nog
versteld worden, maar voor een goede zwaai is de breedste stand het meest
ideaal (160 cm.) Op de brug worden veel zwaai-elementen geturnd, veel
elementen dicht bij de legger (denk aan buikdraai) maar op de hoge niveaus
worden steeds meer elementen geturnd die heren aan rek turnen. Denk hierbij
aan reuzendraaien, paksalto's e.d.
|
De nieuwste brugleggers worden gemaakt van fiberglas. De leggers die meestal
tijdens de training worden gebruikt zijn van hout, soms versterkt met
een stalen kern.
Op elk niveau worden andere oefeningen gedraaid. In de brugoefening zitten
vooral zwaaien, rolvormen (buikdraai bijvoorbeeld) en vluchtelementen
(over de legger vliegen). De afsprong is bijna altijd een salto.
Bij brug wordt erg gelet op doorturnen, elke stop en elke tussenzwaai
wordt bestraft maar ook het niet turnen van de eisen (bijvoorbeeld leggerwissel)
wordt zwaar bestraft. |
Natuurlijk
wordt ook hier gelet op spanning, netheid en het verdelen van de elementen
in de oefening (vier leggerwissels achter elkaar kost je dus punten).
Het ergste is een val, vooral als je een element nog niet helemaal geturnd
hebt, dan kost je dat 1,5 punt, een val alleen kost je een halve punt. |
 |
| |

Brug Heren
 |
De
herenbrug is net als andere heren toestellen een krachttoestel. Waar bij
de dames het zwaaien de belangrijkste plaats inneemt op brug, is dat bij
heren allerhande krachtoefeningen zoals handstanden, salto's e.d.
Omdat een handstand erg moeilijk is wordt deze tijdens de lessen geoefend
op een "grondbrug".
Op het herentoestel brug wordt heel anders geturnd als op het dames toestel,
dat kan ook niet anders want de leggers zitten alle twee even hoog n.l.
op 1,60 meter. |
| Naar
boven |
|

Rekstok
|
|
De
rekstok voor mannen lijkt op de brug ongelijk van vrouwen, alleen is er
maar 1 ligger.
Hier wordt ook op gekipt, gereust en nog veel meer onderdelen. Veel moeilijke
vluchtelementen zie je vaak voor het eerst worden geturnd bij de heren
en dan pas bij de dames.
|
Daarbij hebben de heren natuurlijk het voordeel dat ze maar 1 legger hebben.
De legger heeft een hoogte van 3 meter en is gemaakt van metaal of van
fiberglas. De legger moet erg sterk zijn maar ook erg flexibel (veren). |
|
| Naar
boven |
|

Ringen
|
|
Ringen
is qua kracht het zwaarste onderdeel voor de heren. Het is niet de bedoeling
dat de ringen zwaaien, maar dat de heren zwaaien. D.w.z dat de ringen
stil blijven hangen (daarom noemt men het ook wel ringen stil).
De ringen zelf hangen op drie meter boven de grond. De coach tilt dan
ook altijd de turners aan de ringen. De ringen zijn gemaakt van hout of
van fiberglas. |
Heel veel onderdelen die we kennen van brug en van rek komen ook hier
weer terug, het kippen, het reuzen. Maar ook onderdelen die de dames recreatief
aan ringen turnen zien we hier: dislock, inlock en vouwhangen in allerlei
moeilijkheidsgraden. |
|
| Naar
boven |
|

Sprong dames en heren
|
|
Bij
sprong gaat het om de moeilijkheidsgraad van de sprong. In de top is een
overslag al helemaal niets meer waard. Deze sprong moet er dan ook nog
eens perfect uitzien.
Er wordt op erg veel punten gelet:
* de houding
* de aanzweeffase
* de steunfase
* de afzet
* de afzet fase * de landing
* de lichaamshouding (spanning)
* dynamiek
en nog veel meer dingen. |
Het
paard is gemaakt van aluminium met een leren of kunstleren bekleding die
opgevuld is (met bijvoorbeeld paardenhaar).
Tijdens wedstrijden is het paard vast aan de vloer gezet. De aanloopbaan
op wedstrijden is maximaal 25 meter lang en 1 meter breed.
In Europa wordt naast paard ook nog kast gesprongen. Dit gebeurt in de
lagere niveaus.
Sinds 2002 is het paard in de topsport vervangen door een "pegasuspaard"
of ook wel het PEGASUS springtoestel. Een nieuwe manier van springen.
De laatste 10 jaar heeft de sprong een enorme ontwikkeling doorgemaakt.
Door de toename van de aanloopsnelheid, de verandering van de contacthoeken
en de beduidend betere prestaties, biedt het huidige springpaard niet
meer de noodzakelijke veiligheid, te smal voor de heren en niet breed
genoeg voor de dames. Om die redenen heeft de FlG verzocht een nieuw toestel
te ontwikkelen met als doel de veiligheid te ver- beteren en het blessurerisico
te verminderen. |
Vanwege
de multifunctionaliteit en de verbeterde veiligheid kan het nieuwe springtoestel
ook zeer goed worden ingezet als methodisch toestel voor dames, heren
en junioren. Met name de gecompliceerde sprongen waarbij de psychologische
barrière een rol speelt, kunnen op een meer natuurlijke wijze worden aangeleerd.
Dit toestel is veel veiliger doordat het veel breder is en een afgeronde
kant heeft. Hier kunnen dezelfde sprongen op worden gedaan als het paard.
|
|
De
springplank (in Nederland noemen we hem ook wel Rotherplank) bestaat uit
twee houten delen met daartussen een veermechanisme van: |
* een houten veer of
* rubbers of
* metalen veren |
|
| Naar
boven |

Vloer dames en heren
|
|
De
vloer is het meest geliefde onderdeel van de kijkers naar de turnsport,
de oefeningen duren lang, zijn op muziek en hebben alle vormen van bewegen
in zich.
Van turners en turnsters wordt verwacht dat ze uitstraling hebben, veel
durf, soepel zijn en mooie acrobatische series draaien zonder fouten en
netjes gestrekt en gespannen.
|
Tegenwoordig met het huidige materiaal is er inderdaad veel te verwachten
van turners en turnsters. De vloer bestaat uit diverse lagen en onderdelen.
De opbouw verschilt van fabrikant tot fabrikant. Veel fabrikanten gebruiken
hout voor de vering (denk aan ski's die veren ook prima omdat ze kunnen
buigen) maar er zijn er ook die metalen veren kiezen. Op deze houten ondergrond
wordt een dempende ondervloer aangebracht, deze veert, en dempt de schokken
zodat de turnsters en turners geen blessures oplopen bij de landing. Als
toplaag komt er dan een kunststof (meestal fiber) mat op te liggen die
antislip is, stevig maar toch niet te hard aanvoelt. Meestal bestaat deze
mat uit meerdere banen en wordt deze met een soort klittenband aan elkaar
vast gemaakt . |
De
totale vloer is 12 bij 12 meter. De turnsters en turners moeten binnen
de witte buitenlijnen blijven. Tijdens de wedstrijden moeten de oefeningen
tussen de 70 en 90 seconden duren en moeten over de hele vloer verdeeld
worden. Elke oefening wordt in een bepaald patroon geturnd waarbij de
diagonalen dienen voor de acrobatische series. |
|
Wat
er in de oefening geturnd wordt hangt af van het niveau van de turnster
en de uitgangswaarde van de oefening. Hoe moeilijker het onderdeel des
te hoger de punten. Maar ook moet erop gelet worden dat verplichte elementen
geturnd worden. De uitgangswaarde kan nooit hoger dan een tien zijn, maar
mag wel lager zijn. |
| Naar
boven |

Voltige
 |
Het
voltige paard ziet er bijna hetzelfde uit als en gewoon springpaard. Het
verschil is dat er beugels op zitten. Die beugels worden door de turners
gebruikt om moeilijke dingen als handstanden op te doen. Vroeger werd
dit uitsluitend gedaan op de beugels, tegenwoordig worden veel van de
acrobatiek en de "zwaaibewegingen" ook gedaan door te steunen op het paard
zelf. |
Bij
het voltigeren draait alles om kracht (armspieren, buikspieren en beenspieren)
en om spanning in het lichaam (een stok kun je makkelijker draaien als
een touwtje). Het is een erg zwaar onderdeel waar je heel erg veel kracht
voor moet hebben, maar je moet er ook zeker lenig voor zijn. |
|
| Naar
boven |
|
|